Onder een veel te straffe zon, voorbode van een flinke
regenbui later op de dag, zaten zo’n honderd slachtoffers van Rana Plaza bijeen
op de plaats waar precies een half jaar geleden 1.129 kledingarbeiders hun
dagelijks hard labeur met de dood bekochten. Vaders, maar vooral moeders en
zussen van overleden arbeidsters kwamen in stil maar krachtig protest bijeen. Schouder aan schouder. Want
voor de meesten was het een bijzonder emotioneel weerkeren naar de rampplaats
waar ze hun zoon, dochter, echtgenoot, vader of moeder verloren. Na een half
jaar rolden de tranen alsof het drama zich enkele uren eerder afspeelde.
verdriet
zit bijeen
met foto’s
van geliefden
schouder
aan schouder
Opgekropte
woede
Saphia, Faruk en Jasmine winden er geen doekjes
rond. Kwaad eisen ze van de
kledingbedrijven dat ze snel over de brug komen. “De arbeidsters weten niet hoe
de eindjes aan mekaar te knopen. En ondertussen gaat de internationale
kledingindustrie met grote winsten lopen. Maar de arbeidsters, die met hard en vooral
lang werken deze winsten mogelijk maken, krijgen amper de kruimels van de
tafel,” roept een verontwaardigde Saphia. Ik kon me niet bedwingen, vroeg de
microfoon en richtte me tot de aanwezige slachtoffers: “Bij de instorting van
Rana Plaza zagen we hoe solidariteit
gestalte kreeg, hoe gewone mensen met blote handen puin ruimden op zoek naar
overlevenden. Ik ben hier niet om een verslag te maken van deze sit-in, maar om
solidariteit vanwege arbeiders uit Europa en Amerika te tonen. Ik heb de oplossing voor de compensatie niet
op zak; maar samen met miljoenen consumenten – die de kleding kopen die jullie
voor ons maken – blijven we de merken onder druk zetten voor veilige arbeid en
een leefbaar loon. Die solidariteit is onze sleutel voor onze blijvende
verbondenheid met jullie.”
‘k ben
niet gekomen
om een
verslag te maken
wel om ’t
samen zijn
Shahida,
Tania en Rozina
Hetzelfde verhaal komt als een refrein terug. Vandaag
verscheen een internationale studie waaruit blijkt dat 94% van de slachtoffers
nog geen compensatie uitgekeerd kreeg. Dat cijfers klopt met wat we zelf
vaststellen. Shahida, zelf sinds drie jaar weduwe, kreeg pas vorige week bevestiging dat een van
de 291 niet identificeerbare lichamen van haar schoonbroer was. Dankzij een
DNA-test krijgt ze nu uitzicht op een compensatie. “Maar als alleenstaande
vrouw kan ik nergens terecht, krijg ik nergens onderdak. En ik moet aan de
toekomst van mijn zevenjarig neefje denken, die nu wees geworden is.” Shahida
is de wanhoop nabij. Op een papier schreeuwt ze het uit “Ik wil enkel schoolopvang voor mijn neefje. Ik smeek en vraag Allah te zegenen wie ons kan
helpen. Ik beloof de armen te steunen, maar alsjeblief: help me!”. Met haar hand streelt ze mijn arm. Ik grijp
haar hand en leg mijn lege hand op de schouder van haar neefje. Wat kan ik meer
doen? Haar natte ogen danken om het luisteren. Het is me meer dan ooit
duidelijk: alle plannen ten spijt, de slachtoffers blijven nog steeds in de
kou.
ook na een
half jaar
wenen de
nabestaanden
bittere
tranen
Jef Van Hecken
Dhaka – 24 oktober 2013
Geen opmerkingen:
Een reactie posten