vrijdag 26 april 2013

Rana Plaza: verpletterende verantwoordelijkheid van Westerse bedrijven

 
GK - Gonoshasthaya Kandra is met twee reddingsploegen ter plaatse




 (opinie-artikel verschenen in De Standaard, 25 april 2013)
Chaos overheerst
 
 
 
 
 
Chaos alom. Veiligheidsdiensten kunnen de massa niet op afstand houden. Vrijwilligers  slaan zich onder luid geschreeuw een doortocht naar de zoveelste ziekenwagen. Met meer dan duizend zijn ze, de redders van het eerste uur. In een hitte van meer dan dertig graden, tussen puin en stof, geholpen met een zaklamp, een stuk touw en met de blote hand gaan ze de grote betonblokken te lijf: op zoek naar overlevenden. In het gebouw worden ledematen geamputeerd om levens te redden. Onwezenlijk, bovenmenselijk.
Met een stuk touw en blote hand

In deze chaos, zie ik ook paniek of razernij omdat zovele onschuldige arbeidsters nog in het puin van het ingestorte gebouw liggen. Of onmacht omdat ze niet snel genoeg iedereen onder het puin kunnen halen. Of een mix van dat alles. Ook op mijn weg naar de plaats van de ramp, had ik het al opgemerkt. Op sommige plaatsen blokkeren met stokken gewapende jongeren de kruispunten. Elders zie ik groepen mensen richting Savar trekken, woest omdat opnieuw collega’s moesten sterven in onveilige werkomstandigheden. De brand in de Tazreenfabriek eind november ligt nog vers in het geheugen.
Ik deel de kwaadheid van de lokale mensen.  Ik voel onmacht en opstandigheid. Worden hier dan nooit lessen uit getrokken? Er zijn teveel gelijkenissen met gelijkaardige rampen in 2005 (Spectrum), 2006 (Tejgaon), 2010 (Begunbari) en 2012 (Tazreen). Gebouwen, niet eens zo oud, voldoen niet aan de bouwvoorschriften. Extra verdiepingen zijn zonder vergunning toegevoegd, maar de basisconstructie kan het gewicht niet dragen. En wat me nog het meest boos maakt is dat arbeidsters gedwongen worden verder te werken in levensgevaarlijke omstandigheden. Dinsdag werd het getroffen gebouw ’s middags ontruimd omwille van plotse scheuren en gekraak. Experten moesten er bij gehaald worden: werknemers mochten naar huis. Maar de volgende dag moesten ze terug aan het werk. Gedwongen, anders zouden ze hun job verliezen. Met de schrik in het hart zijn vele honderden  de dood in gejaagd.
hamer, pillamp, water ... gevraagd
Ik ben verontwaardigd omdat deze tragedie kon voorkomen worden. Maar als de arbeidsters hun stem verheffen en zich willen organiseren voor veilig werk, worden ze ontslagen, of op een zwarte lijst gezet zodat ze elders ook niet meer aan de bak komen. Opkomen voor je rechten, doe je in de kledingsector niet ongestraft. Vakbondswerk is gevaarlijk: vorig jaar moest een vakbondsleider het nog met zijn leven bekopen. Mensenlevens zijn van geen tel,. Het is alsof slachtoffers er jammer genoeg bij horen, als zogenaamde collateral dammage van het economisch systeem. . Terecht maakt vandaag een Bengaalse krant de analyse dat dit geen tragedie is, maar moord. Wat hebben deze jonge mensen misdaan zodat ze hun job met hun leven moeten bekopen? Velen onder hen zijn ongeschoold, soms ook ongeletterd vanuit het platteland naar de stad gekomen, op zoek naar een inkomen om hun levensstandaard te verhogen. Is daar iets mis mee? Op zoek naar een inkomen, vinden ze de dood.
Op zoek naar verwanten
Natuurlijk moeten bouwovertredingen hier beteugeld worden. Natuurlijk mogen werkgevers hun werknemers niet louter beschouwen als instrumenten om winst te maken. Natuurlijk moet vakbondswerk in de Bengaalse kledingsector mogelijk worden.
Maar ook Westerse bedrijven hebben een verpletterende verantwoordelijkheid. De kledingmerken, die orders plaatsen en boetes opleggen als een order niet tijdig klaar is. Als consumenten kunnen we hen dwingen het “Bangladesh Fire and Building Safety Agreement” te ondertekenen. Door mee te doen aan acties van de Schone Kleren Campagne. Deze overeenkomst -ontwikkeld door Bengaalse en internationale vakbonden- omvat onafhankelijke fabrieksinspecties, verplichte verbeteringen aan de gebouwen en betere veiligheidsregels. Twee buitenlandse bedrijven hebben dit al ondertekend. Waar wachten de andere kledingbedrijven nog op? Hoeveel doden moeten er nog vallen? 
 
Jef Van Hecken
Coördinator Zuid-Azië Wereldsolidariteit
Dhaka, 25 april 2013