maandag 26 november 2012

Brand doodt meer dan 100 onschuldige arbeidsters


Ik ben er nog niet goed van. Inwendig kook ik zo een beetje en dat overkomt me maar zelden. Dat ene sms-berichtje daarstraks van Goretti sneed me de adem af. ’In Bangladesh is een textielfabriek afgebrand meer dan 100 doden’.
Kwaad, boos en slecht voel ik me. Dat is nu minstens al het derde groot brandaccident de afgelopen weken. En dan maak ik nog geen balans op van de voorbije jaren. Tweemaal zijn goedkope honderden woningen – dikwijls twee verdiepen hoog met simpelweg wat tinnen platen aan mekaar geslagen – van voornamelijk textielarbeidsters in de vlammen opgegaan. Wereldsolidariteit doet haar duitje in de zak om deze slachtoffers te helpen met rijst en kleding; deze mensen hebben echt alles verloren, behalve de kleding die ze die nacht om het lijf hadden.
Maar nu meer dan 100 doden! Mijn vingers trillen er nog van; ik stel vast dat ik er serieus van aangedaan ben. En dan niet thuis (in Dhaka) zijn; en er niets kunnen aan doen. Godver… waarom moet dat nu blijven duren! Waarom moeten weer zoveel onschuldige arbeidsters opgeofferd worden? Wanneer gaat dat nu eindelijk eens stoppen? En de onmacht die ik voel heeft niet alleen met de afstand te maken. (Ik ben nu in Manila waar morgen het Wereld Sociaal Forum over Migratie van start gaat, voor de eerste keer georganiseerd in Azie.) Ik voel me vooral ook razend kwaad omdat deze accidenten kunnen voorkomen worden. Maar neen, als de arbeidsters zich willen organiseren, worden ze aan de deur gezet. Uw stem verheffen doe je in de textielsector niet ongestraft. Vakbondswerk is erg risicovol; in april moest een doorzetter het nog met zijn eigen leven betalen. Wie zijn mond opendoet, vliegt aan de deur; er staan wel duizenden te wachten om je post in te pikken. Wie hiertegen iets wil ondernemen, verliest zijn inkomen.
Ja, de overheid heeft enkele jaren geleden de zogenaamde ‘industrial police’ opgericht, een speciale politie-eenheid om onrust in de fabrieken te vermijden. Maar ondernemers, die het nalaten de veiligheid van hun arbeidsters te garanderen door te investeren in aangepaste en veilige infrastructuur (waaronder elektriciteit), die gaan vrijuit. Het is alsof geredeneerd wordt dat die slachtoffers er jammer genoeg bij horen, als zogenaamde collateral dammage voor het economisch systeem. Dit onrecht kost mensenlevens en dat is geen slogan. Ik wil dat niet begrijpen. Mijn hart krijgt er ritmestoringen van, mijn stem stokt in mijn keel en tranen springen in de ogen als ik erover vertel aan Maria en Myriam die me toevallig op de skype tegenkomen. Ze hadden het droeve nieuws vanmorgen ook gehoord. (Bedankt trouwens voor het bellen.) Ik heb dit verhaal vanavond ook aan Clara verteld, die net aangekomen is uit India. Wereldsolidariteit geeft haar de kans om uit haar ervaring met de National Domestic Workers een actieve bijdrage aan dit wereldforum te geven. Want huisarbeid en migratie gaan hand in hand: vele migrerende vrouwen worden als huispersoneel tewerkgesteld. Clara keek niet echt verwonderd op bij mijn boze reacties op het drama in Dhaka; maar ze minimaliseerde het ook  niet. Toestanden van slavernij en dodelijke slachtoffers zijn haar in de sector van huisarbeid niet vreemd.
Waar ik – als ik eerlijk ben – het meest van opkijk en me tegelijkertijd erg klein voel worden? Dat, terwijl vele wantoestanden in onze contreien al lang verleden tijd zijn, er nog zovele sterke vrouwen en mannen blijven opkomen voor recht en waardigheid; tegen alle dreiging en bedreiging in. Dat er nog steeds idealisten zijn die zichzelf wegcijferen en de moeilijke weg stroomopwaarts gaan om het tij te keren en om hoop en toekomst te geven aan mensen die dagelijks in uitzichtloosheid proberen hun weg te vinden. Bij zoveel engagement en vastberaden solidariteit blijf ik nederig mijn steentje bijdragen. Want zo voel ik me toch een beetje deel van het grote avontuur naar rechtvaardigheid en broederlijkheid. En dat is al bij al toch hart - verwarmend.
(Beste lezer, misschien ben ik in jou ogen een beetje ongenuanceerd van wal gestoken. Beschouw dat dan als mijn manier om deze ervaring ook wat van me af te schrijven. Bedankt daarvoor.)
 
Nabericht: Ik had mijn kwaadheid ook overgemaakt aan Agnes, mede-organisator van het Wereld Sociaal Forum over Migratie, met de vraag morgen bij de opening toch even de aandacht op dit drama te vestigen. Het gaat in Bangladesh immers ook om hoofdzakelijk interne migratie: jonge vrouwen die uit het platteland naar de stad trekken op zoek naar werk. Resultaat: het drama in Dhaka wordt opgenomen en er wordt een ‘herinneringsmuur’ opgericht voor alle migranten die in de uitoefening van hun job gestorven zijn. Wellicht heb ik een klein steentje kunnen en mogen bijdragen. Niets doen was veel erger geweest, overtuig ik mezelf.
 
Jef Van Hecken,
Manila 25 november 2012