dinsdag 22 mei 2012

Spicy Ananas



Tien dagen eerder dan verwacht sta ik met beide voeten terug in Dhaka. Mijn bezoek aan Nepal moest ik op het laatste nippertje schrappen, op aanraden trouwens van onze lokale partners GEFONT en NTUC-I zelf. Het land is in onrust, schrijven ze, met het oog op de stemming van de nieuwe grondwet op 27 mei e.k. Het is bijna onmogelijk rond te reizen en zelfs de medewerkers slagen er niet in hun kantoren te bereiken. Met enig geluk en vooral de hulp van Tarique, mijn Bengaalse collega, slaag ik erin om toch nog een ticket Kolkata-Dhaka te versieren. Geen sinecure, want het is vrijdag en dan zijn alle kantoren in Bangladesh gesloten. En alleen business was mogelijk. Maar omdat de afstand tussen beide Bengaalse steden (Kolkata is West Bengal; Dhaka is Oost Bengal) op een dik half uurtje overbrugd wordt, valt de meerkost bijzonder goed mee. Alleszins is het minder dan dat ik in een extra nacht op hotel zou moeten. Een brede zetel, veel voetruimte, een glaasje appelsap en een lichte maaltijd waren mijn business geneugten. En een Engelstalige krant daar bovenop.
Die krant – de New Age – maakte me duidelijk dat Dhaka de voorbije twee weken niet zo erg veel veranderd is. Mocht ik trouwens niet verwachten! Integendeel. Met de stijgende temperatuur tot dagelijks 37/38 graden is de waterbevoorrading nog slechter geworden. Veertien verschillende delen van de stad hebben ermee af te rekenen. En de vele electriciteitsonderbrekingen (overhand uur van ’ s morgens negen tot middernacht 1 uur) maken het alleen nog erger want waterpompen krijgen onvoldoende water opgepompt om in de stijgende behoeftes te voorzien. Gelukkig heb ik daar zelf nog geen last van. De hoge temperaturen vragen wel een stevige aanpassing. Vanaf de late namiddag voel je dat de fan tegen het plafond enkel heel warme lucht in beweging zet. Afkoeling is er dus niet echt en het water loopt sneller over je rug en armen dan je wenst.
De sinds 17 april verdwenen BNP-leider (Bangladesh National Party is de grootste oppositiepartij in het land) is ook nog altijd niet terecht. De spanning stijgt zienderogen. Een nieuwe hartal (algemene staking, meestal gepaard gaand met veel geweld) is net voorbij. De regering beantwoordt de acties van de oppositie met het gevangen zetten van de BNP-leiders. (Ze beschuldigt trouwens de oppositie dat ze zelf de BNP-leider verborgen houdt om de regering onder druk te zetten.) Wellicht niet de meest aangewezen werkwijze om tot een oplossing te komen. Maar dialoog tussen regering en oppositie is al veel langer onbestaand. Het gerucht gaat dat er een noodregering moet opgericht worden, bestaande uit technici en magistraten. Maar ook daarover wordt geen akkoord bereikt. Sommigen zeggen luidop dat het leger dan maar moet ingrijpen.
Op bladzijde 3 in de New Age staat een grote foto: NGWF, onze partner vakbond in de kledingindustrie, heeft nogmaals een grote manifestatie georganiseerd om haar eisen voor betere arbeidsvoorwaarden en veiliger werkomstandigheden kracht bij te zetten. De kledingsector is goed voor 79% van de export. Het is niet normaal dat in de nationale begroting geen ruimte is voor specifieke toelagen ten behoeve van de naar schatting drie miljoen arbeidsters in deze sector. En gelijk hebben ze.
Niets nieuws dus onder de te warme zon. En toch blijft Bangladesh elke dag verrassen. Gisterenavond ging ik mijn electriciteitsrekening betalen bij de huisbaas, die hier op het tweede verdiep woont. Een zeer sympathieke man met twee zonen: een ingenieur en de ander start binnenkort zijn stage als arts. Watermeloen en ananas werden aangerukt. Een heerlijke verfrissing, dacht ik. Maar dat was zonder de moeder des huizes gerekend, want die had naar goede lokale gewoonte heel fijn gesneden groene chilly peper onzichtbaar over de ananasbrokjes gestrooid. In plaats van frisse zoete ananas werd het spicy ananas. Mijn gebekketrek kon ik niet verbergen en na een hevige schaterlach kreeg ik een portie niet gepeperde ananas aangeboden. Gekke gewoonte, net zoals ze guava en ander zoet fruit eten met peper en zout.Met de extra tijd in Bangladesh hoef ik natuurlijk niet met de vingers te draaien. Werk genoeg, want half juni bereiden we in Brussel ons programma 2014-2019 voor. Maar toch tijd om te starten met taallessen en met wat extra beweging. Om het Bengaals onder de knie te krijgen, stelt mijn huisbaas zijn oudste zoon voor. Die wil Frans leren en in ruil kan zoonlief mij de lokale taal aanleren. Eerstdaags gaan we van start; benieuwd wat dat worden zal.
Om wat aan de fysieke conditie te doen, heb ik me eergisteren ingeschreven in een lokale fitness club. Ik krijg er een persoonlijk programma; in een eerste fase beogen we enkel het losmaken van stramme spieren (en ik beken dat die in overvloed aanwezig zijn). De jongen die me begeleidt verklapte me gisteren dat hij christen was en liet het kruisje zien dat hij onder de bloes om de hals had. Tot daar aan toe. Maar toen hij plots met zijn gsm aan kwam en fier een foto van Jezus toonde, was ik toch sprakeloos. Net zo sprakeloos als de jonge moslim met een even jong zwart baardje die me op straat staande hield, vroeg naar mijn nationaliteit en of ik een moslim was. De ontgoocheling in zijn ogen na mijn ontkennend antwoord sprak boekdelen.
De foto’s bij dit artikel zijn allemaal genomen in India, waar ik de voorbije twee weken partners bezocht en een training organiseerde. Op die wijze breng ik toch ook een beetje van die India ervaring in beeld. Want voor toeristen blijft het ‘Incredible India’.
22 mei 2012
Jef Van Hecken

zondag 6 mei 2012

Feest (?) van de Arbeid

Beter loon en veilig werk: centrale eisen van de kledingarbeidsters
Uiteindelijk hebben we met 11 goed en lekker gegeten en gedronken voor nog geen 55 euro. Deze namiddag hadden we onszelf uitgenodigd bij een laatste middagmaal met Jorieke, een studente aan de Universiteit Gent die hier in Dhaka onderzoek kwam doen naar de slums en morgen terug naar België vertrekt. Ze had me enkele weken geleden per email gecontacteerd. Ze was me via mijn blog op het spoor gekomen; “of ik kon zeggen waar de slums in deze stad zich bevinden?”. Want ze wil die in kaart brengen en tegelijkertijd onderzoeken of dat voor de bewoners, overheid en hulpverleners een toegevoegde waarde kon zijn. Een interessante vraag. Ik moest haar het antwoord schuldig blijven, maar ik zou hier en daar polsen. Ik had wel in de krant gelezen dat de overheid zonder boe of bah de Beltoli en Karail slums met de grond had gelijk gemaakt: deskundig met bulldozers van de kaart geveegd.
Wat staat er vandaag in de krant?
Omdat ze de grond van een telecom maatschappij hadden ingenomen. Honderden gezinnen onder de blote hemel, dag en nacht, niets om te schuilen bij de felle regenbuien; met moeite hadden ze nog wat huisraad kunnen redden. Groot protest van juristen en ngo’s in de media; geen verandering voor de slachtoffers. En dus: zou het in kaart brengen van slums daar verandering in brengen? Binnen de 24 uur hadden Tarique, Maya, Sohrab , Kadir en Amin een heleboel interessante informatie, concrete locaties en bevoorrechte contactpersonen doorgespeeld. Jorieke was ervan in de wolken; zoveel bruikbare info had ze niet kunnen dromen. En ik was vooral verbaasd dat mijn kennissen hier zoveel over wisten. ‘De conclusies zijn nog niet klaar, ik heb well veel boeiende contacten kunnen leggen”, bekent Jorieke; “Ik ben er vooral over verbaasd dat zoveel mensen positief kijken naar het in kaart brengen van slums. Dat had ik niet verwacht.”

Vorige dinsdag ‘vierde’ Bangladesh de Dag van de Arbeid. Het centrum van de stad werd ingenomen door grote en kleine groepen arbeiders die met vlag en wimpel hun eisen voor beter werk, voor hogere lonen, voor veilige werkomstandigheden, voor sociale voorzieningen, enz. kracht bij kwamen zetten. Feest van de arbeid, zeggen wij als we het over 1 mei hebben. Veel feest is hier alleszins niet te bespeuren. Vooral heel veel groepen kledingarbeidsters maakten hun opwachting en onze partner National Garment Workers Federation (NGWF) was zonder twijfel een van de meest opgemerkte groepen. En dat is de massaal aanwezige media niet ontgaan. Rond 10 uur kwam een blauwe open vrachtwagen aangereden. De zijkant werd naar beneden gelaten, de geluidsinstallatie opgeladen samen met een rij lichtblauwe plastieken stoelen; het podium voor de toespraken was klaar.
Amin staat de pers te woord
Maar ook kledingarbeidsters zelf
nemen het woord
Telkens een nieuwe delegatie uit een van de districten aankomt, worden ze uitbundig begroet. Amin, de voorzitter en grote bezieler, stak de spits af. “De kledingfabrieken zijn al dertig jaar in het land, en nog steeds zijn de lonen ondermaats en hebben we geen veilige arbeidsplaatsen. Een schande!” Applaus van enkele duizenden militanten is het antwoord. “Kledingwerkers kunnen hun gezin niet onderhouden met het schandalig lage loon. Ze zijn verplicht in onhygiënische slums en onder de armoedegrens te leven!” Alle sprekers eisen van regering en ondernemers een minimumloon voor de kledingarbeidsters van 50 euro per maand. Het intussen sterk aangegroeide publiek steekt massaal vlag en wimpel de lucht in om zich akkoord te verklaren met deze eisen. De massa veert recht en schaart zich in dichte ondoordringbare drommen achter de spandoeken. De militanten zijn zo enthousiast dat ze zelfs tweemaal het parcours voor deze manifestatie afleggen. Zelfs onder een stralende zon en bij 34 graden is dit een hartverwarmende ervaring.
Vakbondsleidster Sultana
spreekt duidelijk taal
Eergisteren ging ik bij mijn huisbaas, kolonel op rust Husain, mijn huur betalen. Ik kwam hem tegen in de garage, want hij woont hier in dezelfde bouw, en hij nodigde me meteen uit om een tas thee te komen drinken. Dat kon ik niet afslagen. Uit goede gewoonte deed ik mijn schoenen uit bij het binnenkomen. Farim was ook thuis; een van de twee zonen, met een flinke zwarte baard. Hij heeft net zijn vijfde jaar geneeskunde aan het Dhaka Medical College achter de rug en wacht op het resultaat van zijn examens. Dan moet hij nog een of twee jaar stage lopen vooraleer zijn einddiploma te behalen. De oudste zoon, ingenieur, is niet thuis. Moeder de vrouw hield zich afzijdig en bereidde in de keuken thee en fruit voor. Husain en Farim spreken een vlot mondje Engels. Ik moet van de kleine zoete banaantjes eten, en natuurlijk veel watermeloen; en proeven van de guava. “Veel beter dan appel,” vertelt Farim; “maar in ons land worden teveel pesticiden gebruikt, zodat je de schil zeer goed moet wassen.” Of schillen, voeg ik eraan toe. Vader en zoon blijven aandringen dat ik meerdere stukken neem. “Ik zie het, ge hebt goesting,” dwingt Husain. “Typisch Bangladesh,” antwoord ik; “ jullie blijven jullie gasten steeds maar eten serveren, ook al zegt die dat hij genoeg heeft.” Bij een dergelijke eerste ontmoeting gaat het klassiek verder over België, over de job, over de kinderen. Uitgepraat waren we zeker niet. Maar het slaan van dichtgewaaide deuren maakt duidelijk dat de ‘noordwester’ storm weer opsteekt. (In deze periode van het jaar maakt die ook vele dodelijke slachtoffers.) tijd om in mijn appartement, een verdieping hoger, de ramen te sluiten.
Jef Van Hecken
6 mei 2012



zaterdag 28 april 2012

Enkele vlucht naar Brussel, a.u.b.



De straat is aan de rickja's
Zondag 22 april. Vandaag is het hartal in Bangladesh: algemene staking. Uitgeroepen door BNP, oppositiepartij die er de regering van beschuldigd geen vooruitgang te boeken in het opsporen van een van haar nationale kopmannen die vorige dinsdag verdween samen met zijn autobestuurder. En om duidelijk te maken dat het menens is, werden gisterenavond al enkele autobussen in brand gestoken en op verschillende plaatsen hevig gevochten. Zeker een dodelijk slachtoffer wordt gemeld. Om het protest wat in te dijken heeft de politie gisteren een hele reeks oppositieleiders opgepakt en vastgehouden. En uit vrees voor nog meer geweld vandaag, blijven alle winkels dicht, sluiten de scholen en gaan velen niet werken. Ja, een hartal is geen gewone demonstratie; dat wordt steeds met serieus geweld geassocieerd. Toch moet dat niets ongewoons zijn hier in Bangladesh, want de eerste minister vond het niet de moeite om vroeger uit Doha terug te komen om de gemoederen te bedaren. Ze woont in de Qatarese hoofdstad de Unctad-conferentie bij over internationale handelsafspraken.
De straat is aan de kinderen en de rickja's
Het was dus onwezenlijk stil op straat deze morgen. Ik moest uitgerekend vandaag tegen 9 uur bij de Indische ambassade zijn voor mijn visum, want begin volgende maand heb ik daar een vorming met onze Indische partners over capaciteitsversterking. Bijna gaan auto’s op de baan, helemaal geen files. En zelfs geen barricades op de meer dan vijf kilometer die ik grotendeels te voet heb afgelegd. Aan een van de ronde punten sprak een jonge gast me aan. Of ik een minuutje tijd had. Zijn Engels was meer dan behoorlijk. ‘Ik geef Engelse les, ‘ verduidelijkte hij terwijl hij met me meewandelde. Hij woont alleen in Dhaka, zijn familie bleef in zijn dorp achter. En zijn grootmoeder is ziek en zou moeten geopereerd worden, maar heeft geen geld. Ik voelde het al aankomen; dit was mogelijk een creatieve manier om aan wat geld te komen. En de oma zal deze jongeman zeker niet komen tegenspreken. ‘Ik ben een christen en eigenlijk beschaamd dat ik geld moet vragen,’ gaat de overigens netjes geklede jongeman verder. Ik probeer hem wat suggesties aan de hand te doen van organisaties die op het platteland medische zorgen brengen voor wie het niet kan betalen. En of zijn collega’s en de directeur van de school waarin hij les geeft, ook hun steentje bijdragen? Na een kleine kilometer hebben we afscheid genomen, nadat ik hem toch een kleinigheid had overhandigd en verder succes had toegewenst. Of de oma daar beter zal van worden, weet ik niet. Maar dat wil ik al lang niet meer achterhalen.

Eigen potje koken ...
Twee dagen eerder had ik een andere vreemde ontmoeting. Toen de chauffeur van een lokale organisatie me enkele opgevraagde documenten kwam overhandigen, drong hij in het deurgat met gretige oogjes erop aan ‘high confidential’ een babbel te mogen doen. Ik kon duidelijk maken dat ik net op dat moment in skype-vergadering met Brussel zat; en dat was niet gelogen. ‘Niets tegen mijn baas vertellen, want dit is heel vertrouwelijk,’ herhaalde hij. ‘En wanneer vertrek jij terug naar Brussel?’ ‘Ik ga mee; mijn vader heeft geld gespaard en ik ga naar Europa om daar mijn toekomst uit te bouwen. En jij kunt mij helpen. Jij moet me aan de juiste papieren helpen.’ Was dat even slikken, zeg. Ik voel direct dat ik hier helemaal niet kan helpen. Maar zijn vragende blik heeft blijkbaar alle hoop op mij gesteld. Moet ik trafikant zijn voor deze brave jongen? Dat gaat toch niet! Moet ik zijn zorgvuldig gekoesterde droom aan diggelen slaan door vlakaf te zeggen dat hij aan het verkeerde adres is? Ik was nog te onthutst om hem kordaat de deur te wijzen. Een enkele vlucht Brussel, dat is al wat hij vraagt. Ik durf me niet te bedenken hoeveel offers hij en zijn familie al gebracht hebben om deze stap te zetten. Gelukkig was er de skype-meeting om me uit de nesten te helpen.
Wasje doen ...
Zijn vraag laat me toch niet los. Mijn aanwezigheid hier in het straatbeeld roept duidelijk bij een aantal lokale mensen verwachtingen op. Zoals ook bij Shahid, die mee voor me uitgekeken had naar een woonst. Hij belde me in de week of hij eens mag langs komen, want hij is op zoek naar een job. Ook al weet ik dat ik ook deze man niet kan helpen, toch heb ik hem uitgenodigd voor een tas thee. We zullen wel zien waar het ons brengt.

22 april 2012

donderdag 19 april 2012

Shuva Novaborsha


14 april 2012 - Nieuwjaar in Bangladesh - Iedereen naar buiten
Binnen drie dagen mag ik terugkomen. Tussen het maken van mijn verslagen over het voorbije jaar 2011 even de benen gesterkt. Buiten is het 35 graden. En ook dat went. Weet ge dat ik op mijn slaapkamer een airco heb die ik een uurtje voor ik ga slapen op 27 graden heb staan? Heerlijk koel. In de garage op de hoek van de straat, links in een klein hokje, heb ik ontdekt dat je je kleren kan afleveren om te wassen. Ergens in het gebouw wordt daar voor gezorgd en na enkele dagen mag je je pakje terug afhalen. In mijn geval: twee broeken, twee hemden, washandje en handdoek, twee paar kousen. Voor 200 taka – iets minder dan 2 euro – komt dat voor mekaar. Tot hiertoe deed ik de was zelf: in een grote emmer met een stuk harde zeep en regelmatig opspoelen. Maar als ik hier iemand een taka kan laten bijverdienen, waarom niet.
Ook de andere huiselijke karweien doe ik zelf: winkelen, koken, afwassen en regelmatig dweilen. Dat laatste is nodig, want door de grote droogte vliegt hier veel stof rond.  Maar het lukt me best, al geef ik toe dat mijn summiere kookkunsten nog niet veel  afwisseling hebben opgeleverd. Om gezond te eten, en om diarree – toch een gesel onder de bevolking – te voorkomen, is het goed veel verschillende groenten te eten. Hoe meer kleur, hoe beter. Dus maak ik veel groentesoepjes met bonen, wortelen, tomaten, aardappelen, komkommer en nog enkele andere groenten waarvan ik de naam niet ken (maar als ge niet probeert, weet ge helemaal niet hoe het smaakt). En elke dag enkele stukken fruit. Ik moet enkel nog uitzoeken wanneer de verse groenten in de winkel geleverd worden. Want met de overschotjes mag ik niet tevreden zijn. Soms versnijd ik er een stuk vlees onder uit de diepvries; halal, dus dat zal wel gezond zijn. En veel drinken moet ik ook doen, heeft dokter Kadir me aangeraden. Het water uit de kraan is nogal ijzerhoudend en daarom adviseert hij me hat water eerst meer dan tien minuten te koken; dus koken met de waterkoker is niet genoeg.
Nationaal gerecht met Nieuwjaar:
rijst in water met hilsa (vis)
Vorige zaterdag vierden we hier Nieuwjaar: Shuva Nova Borsha! We zijn hier in het Bengaals jaar 1419 aanbeland. De enige dag in het jaar dat hier gefeest wordt zonder onderscheid in rang of godsdienst . Net zoals bij ons worden wensen uitgewisseld en hier en daar ook cadeautjes. Maar in Dhaka komt iedereen buiten, worden straten verkeersvrij gemaakt met nog een grotere chaos als gevolg, en wordt er vooral genoten van simpele dingen. Rood en wit hebben de boventoon in de feestkleding en alle soorten versiering. Steeds meer mensen uit de middenklasse nemen hieraan deel; al wie kan toont zich opgedirkt in feeststemming. Geen alcohol, maar als ontbijt met nieuwjaar moet je rijst in water eten en daarbij de nationale vis: hilsa. Duur, maar overheerlijk. En ik kan het weten, want toevallig belandde ik in een tentje, waar de lokale gym club aan haar cliënteel deze nieuwjaarsmaaltijd aanbood. Wat waren ze trots ineens een Europeaan onder hun gasten te hebben …

moeder met bruidegom
de bruid wordt opgetooid
En de feestelijkheden hielden die 14de april niet op. In de namiddag schoof ik mee aan bij een bruiloftsfeest. De moeder van de bruidegom is een schoolkameraad van Tarique, mijn lokale collega. En ik moest mee. We zouden niet blijven eten, enkel een cadeautje overhandigen. Maar eens binnen, schoven ze ons de rijst, vis, kip en groenten onder de neus. Er was geen ontkomen aan. En de bruidegom zat daar onbewogen voor zich uit te staren, zonder te eten, en flink uitgedost; maar zijn aanstaande zat een verdiep hoger te wachten, eveneens met juwelen versierd en zonder eten. Op twee schermen werden de beelden van het paar geprojecteerd: boven zag je de bruidegom en beneden de bruid. Maar geen van beiden kon meekijken. Wat een pijniging! Alsof ze gestraft zijn...

19 april 2012




zondag 8 april 2012

Pascal Lamy roemt Bangladesh



Baridhara - Dhaka
Terwijl Wereldsolidariteit in België de campagne ‘Werken aan Gezondheid’ op gang trekt, beleven we hier in Bangladesh de jaarlijks meest gevoelige periode om ziek te worden. (Gelukkig ben ik tot hiertoe buiten schot gebleven.) De cijfers liegen er niet om, de krantenkoppen koppen en in mijn eigen omgeving valt de ene na de andere voor korte of lange tijd ziek. Dokters worden niet gespaard: Rezau vecht al vijf weken tegen koorts en zware verkoudheid; Popy deelt ook in de klappen. Shahidul is maar twee dagen ziek, en Ericka uit Bolivia, net aangekomen om hier zes maand bij GK vrijwilligerswerk te doen, is na twee dagen in het hospitaal opgenomen. Op 1 april werden 1.264 mensen in het hospitaal opgenomen om diarree te behandelen. Het gebrek aan drinkbaar water, de hitte, de sterke temperatuurschommelingen, en slechte voeding worden als voornaamste oorzaken aangewezen. De campagne Van Music for Life heeft vorig jaar terecht deze ziekte in de spotlights gezet.
Beveiliging aan DOHS Baridhara
Alsof dat nog niet genoeg is, hebben steeds meer districten in de hoofdstad af te rekenen met gebrek aan water; gewoon: er is geen water meer. Toiletten kunnen niet meer doorgespoeld worden, mensen wassen zich met een natte doek, de afwas blijft staan. Voor wie het kan betalen is er flessenwater. Half deze week was de crisis heel acuut met serieuze alarmkreten vanuit maar liefst 9 districten in de hoofdstad. Zelfs het beter gesitueerde Gulshan bleef niet gespaard. Verouderde installaties en lekkende leidingen zijn mede oorzaak van dit pijnlijk tekort. 
Niet gezien op TV, wel in Dhaka
Deze watersnood komt boven de vele elektriciteitspannes: acht uur per dag is geen aardigheid. Alternerend is er stroom en geen stroom. Je kunt er je klok bijna op gelijkstellen, want om 23 na het onpare uur gaat het licht uit. Bij meer dan 35 graden temperatuur kan ik je verzekeren dat je spoedig de druppels van je rug voelt lopen. Ik heb gelukkig een oplossing gevonden: IPS – independant power supply; een moeilijke naam voor een batterij die op het elektriciteitsnet in je woning wordt aangesloten. Het was drie dagen zoeken, want in dit seizoen zitten alle shops haast zonder.

zondag 1 april 2012

Earth Hour: Bangladesh doet beter dan België

ik woon op derde verdiep; raam staat open
De aarde een uurtje rust gunnen. Dat is de ondertoon van menig bericht in de kranten van vandaag. Ook in Bangladesh. Maar eigenlijk doen ze hier mee ‘ van de moetens’. Dagelijks wordt hier de elektriciteit gerantsoeneerd. Zelfs op vrijdag, de wekelijkse rustdag in dit moslimland; tot grote verwondering van de Bengalen zelf.  Vanaf tien uur in de ochtend hebben we een uur stroom, het volgend uur niets. We zijn het dus al wat gewoon zonder elektriciteit te zitten: zeker 10 uur per dag en dat is zeker een pak beter dan de landen die aan Earth Hour meedoen. Ik weet wel: ik speel een beetje vals, want de mensen die het kunnen betalen laten hun generator brommen en die spuwt meestal stinkend zwarte rook de straat op.
DOHS Baridhara: rustig, open, veilig
Merkwaardig landje, waar elke dag wel wat nieuws te vertellen valt. Ik moet dus een selectie maken. En zoals beloofd: ik ben verhuisd. Een vaste stek voor de komende jaren zal een verdere ontdekking van Bangladesh bevorderen – en in mijn geval ook Azië omdat dat mijn werkterrein is. Enkele gebruiken heb ik gemakkelijk overgenomen, omdat ik ze al van vroeger kende: met de rechterhand eten, en in plaats van toiletpapier de sproeier gebruiken om je proper te spuiten. Maar als ik daarstraks na het winkelen terug thuiskwam, en in de garage de huiswachter op een matje tussen de auto’s zag zitten bidden, dan is het toch weer eventjes wennen. Eergisteren merkte ik dat in volle winkelstraatjes jute matten uitgerold werden zodat tussen de kraampjes door de mannen twee een twee konden neerzitten voor het middaggebed; meer dan honderd meter lang.
Van hieruit schrijf ik blogberichten
Vrijdag ben ik dus naar DOHS Baridhara verhuisd; een plaats die me door velen was aanbevolen want veilig, rustig, en betaalbaar. En dat klopt. Defence Officers Housing Services: een wijk gebouwd om oud-militairen te huisvesten, op een kwartiertje van de luchthaven. En de oud-militairen hebben hier ook een vorm van zelfbestuur, in hun parishad. Je vindt zelfs enkele verslagen van de wijkraad op internet. Deze wijk is ’s nachts enkel voor bewoners toegankelijk, er staat permanent politie bij de in- en uitgang van de wijk. Het verkeer is hier veel rustiger dan in ‘Man bijt hond’. Er is een buurtwinkeltje en een grote shopping mall aan de uitgang van de wijk, die bovendien ook een beetje apart ligt, maar

zondag 25 maart 2012

Geen zomeruur in Dhaka

Na een viertal weken ‘Brussel’ ben ik vanmorgen terug in Dhaka aangekomen. Tijdens de vlucht van Mumbai naar de Bengaalse hoofdstad heb ik nog eens kunnen genieten van de schitterende kleurenpracht bij zonsopgang. Een impressionist zou het eenvoudig kunnen schilderen: onderaan een donkere bijna zwarte lijn; net erboven een fel oranje lintje dat zachtjes overgaat naar een lichtblauwe strook, en bovenaan weer die donkere lijn. Op de tarmac in Dhaka lagen de temperaturen vanmorgen om negen uur dubbel zo hoog als in Mol.  Een zomeruur kennen ze hier niet (dus nu tot eind oktober  4 in plaats van 5 uur verschil). De zon is toch verzekerd, al hangt er een grijze lucht. Waarschijnlijk heeft dat ook met stof te maken. Het is hier al enige maanden erg droog en dat merk je. Hier bij GK, waar ik terug logeer tot ik een eigen stekje gevonden heb, ligt het stof flink op alles wat er vier weken terug bij de 40ste verjaardag nog kraaknet uitzag. Ja, ik besef dat ge het hier niet proper kunt houden!
Mijn reis zelf is vlot verlopen, op een wachttijd van bijna vijf uur in Mumbai na. Maar dat gaf me de gelegenheid de ‘India Today’ te kopen en vooral te lezen. Enkele opvallende stukjes wil ik wel kwijt. Groot was mijn verwondering dat in het aprilnummer niet minder dan vier volle bladzijden gewijd zijn aan the Antwerp six. De invloed van de modeontwerpers uit de Scheldestad rijkt tot in India: ’De kleine stad Antwerpen schijnt in grote letters op de modelandkaart’. Ik maak me daar gewoonlijk niet druk over, maar deze keer een trotse glimlach niet onderdrukken. Niet dat de Indiers daar iets van gemerkt hebben!
Ander artikel dat ik zorgvuldig uit het magazine gescheurd heb, is de inbreng van Salman Rushdie tijdens een India Today colloquium.